Week 39

Beste lezer,

Ik kijk niet veel televisie maar de reportage van Terzake van vierentwintig augustus blijft me nog steeds achtervolgen. Het onderwerp, het recht op onderwijs in Afghanistan, heeft daar zeer zeker mee te maken. Velen kennen mijn interesse in de Islam en de hoop om ooit op een dag te kunnen begrijpen waarom de ene sekse zich moet verbergen voor de andere. Waarom men tieners aan bejaarden uithuwelijkt. Ik zat aan het beeldscherm gekluisterd. De telefoon ging van de haak en iedereen werd met een geïrriteerde ‘Sst!’ aangemaand stil te zijn. De reportage eindigde met een Afghaanse vrouw van middelbare leeftijd, haar naam ontglipt me, die de officiële taak had het lot van haar vrouwelijke landgenoten te verbeteren. Zelf werd ze regelmatig met de dood bedreigd. Men had een private weg aangelegd tussen het huis en haar kantoor om de kans op aanslagen tot een minimum te beperken. Het is de scène die daarop volgde die me nu al een hele maand vasthoudt. De vrouw staat gebogen over het bed van een zwaar verbrand meisje, het slachtoffer van een wraakactie van haar mannelijke familieleden. Haar vingers staan krom door de strakke huid. De patiënte huilt en kermt van de pijn. Ze smeekt letterlijk om medelijden maar de vrouw beweegt niet. Zelfs met de camera’s op haar gericht kan de vrouw geen medelijden met het meisje hebben. ‘Stop met huilen.’ zegt ze, ‘Er zijn nog zoveel anderen die het veel slechter hebben dan jij!’ Haar gevoelloosheid doet me rechtveren. Ik wil haar wat medelijden in haar strot duwen! Kan oorlog ervoor zorgen dat een mens het verleert om sympathie voor een ander te voelen? Dan denk ik aan Shamsia, een jong meisje uit het begin van de reportage. Zij is geboren en opgegroeid op het slagveld van Afghanistan. Zij liep vrolijk naar school toen ze bijtend zuur over zich kreeg. Zij lacht nog steeds en knuffelt haar moeder. Zij houdt vast aan haar recht op onderwijs. Na de uitzending huil ik van frustratie. Ik wil de hand van Shamsia vasthouden en haar moed inspreken. Ik wil die vrouw wat emotie bijbrengen en Koen weet dat als ik genoeg geld had, ik nu al op de luchthaven had gestaan.

Tot volgende week,
Anne