Week 9

Beste lezer,

Als schrijver van literair werk hoor ik twee vragen regelmatig terugkeren. De eerste is eerder verrassend: ‘Anne, ik heb een boek geschreven, wil jij hem eens aan je uitgeverij geven?’ of de variant: ‘Ik heb mijn leven eens opgeschreven. Wil jij er een boek over schrijven?’ Het spijt me te moeten zeggen dat ik in beide gevallen niet in zal gaan op de bedoelingen van mijn gesprekspartner. Het is zoals de vriendschapsvoorstellen op Facebook en dergelijke. Ik hap alleen maar toe als ik de persoon echt ken en als het de moeite waard is. Tot op heden heb ik dat nog niet ervaren na een eerste lezing van de occasioneel toegestuurde werkjes en daarom belanden deze tot mijn schaamte onbeantwoord in de prullenbak.
De tweede vraag die ik steeds vaker hoor klinken zal bij menig collega een herkennende glimlach op het gelaat toveren: ‘Waar haal jij de inspiratie vandaan om hele boeken te schrijven?’ Daarop kan geen enkele schrijver in één zin antwoorden. Voor mij persoonlijk kan dat een vrouw zijn die op een aparte manier over het voetpad wandelt terwijl ik langs haar met de auto passeer of een man die in het park op een bank zit te dagdromen. Het kan zelfs een mooi woord zijn dat ik per toeval ergens opvang. Alles wat mijn creatieve tentakels opvangen wordt zorgvuldig in een klein boekje opgeschreven dat ik overal en altijd met mij meezeul. Het is als mijn ziel die ik met me meedraag. Een idee voor een boek moet rijpen als goede wijn. Pas wanneer ik het lang genoeg over mijn tong heb laten glijden zodat de smaak in iedere hersencel ingeprent zit, begin ik te schrijven. Dat proces kan eender waar gebeuren. Terwijl ik de boterhammen smeer voor mijn zoon, naar een afspraak rijd of op het toilet zit. Ja, vooral wanneer ik een sanitaire stop inlas lijken ideeën het best op smaak te komen. Dus wanneer iemand me de volgende keer vraagt waar ik mijn inspiratie vandaan haal, antwoord ik doodleuk: ‘Op het toilet!’

Tot volgende week,
Anne