Week 12

Beste lezer,

Ik ben weer eens gestart met een volgend manuscript. Het verhaal zat al een tijdje tussen mijn oren. Mijn ideeënboekje werd de voorbije maanden behoorlijk mismeesterd. Schetsen van gebouwen, karakterbeschrijvingen, notities van interviews. Allemaal vonden ze hun plaats in mijn kleine met grijze kaft omhulde ziel. En nu, nu komt het er eindelijk uit. De periode waar mijn naasten voor vrezen is weer aangebroken. Ik duik achter mijn computer en val de letters op het toetsenbord driftig aan. Genadeloos. Tijd en ruimte vergeten. Ik haat de rinkelende telefoon die me enkele keren per dag uit mijn concentratie haalt en ongevraagd stemmen in mijn hoofd uitspuwt. Stemmen die er niet horen. Stemmen die niet bij mijn verhaal passen. Stemmen die me vragen dingen te doen waar ik geen zin in heb. Nee, ik wil niet naar de bakker om brood. Ik wil hier naar het suizen van mijn laptop luisteren. Zelfs de sanitaire stops probeer ik tot een minimum te beperken door nauwelijks te drinken. ’s Avonds om vijf uur wordt het nog erger. Dan heb ik een hele dag niet gegeten en dat maakt me humeurig en net op dat moment moet ik mijn zoon van school afhalen. De opvang is maar tot dan. Jammer, denkt de schrijfster in mij. De moeder schaamt zich. Dik tegen mijn goesting maak ik iets klaar dat op een warme maaltijd zou moeten lijken en van zodra de andere helft van mijn trouwboekje thuis is, verdwijn ik terug naar boven. Tijdens het weekend proberen mijn gezinsleden me te verleiden tot een boterham. Ik bijt ze toe dat ze me met rust moeten laten. Ze mogen al blij zijn dat ik me in de nok van het huis terugtrek en niet zoals een van mijn collega’s ostentatief in de woonkamer ga zitten tikken terwijl ik iedereen om me heen gebied stil te zijn. Laat het duidelijk zijn: ik doe geen concessies met mijn omgeving als ik midden in het schrijfproces van een manuscript zit. Dat was vroeger ook al. Ik herinner me dat ik zowat de laatste was die wist dat de Fortis-aandelen niets meer waard waren. Al goed dat ik geen aandelen bezit.

Dus ik leg de hoorn van de haak en trek me terug in mijn fantasie. Ik zal net iets sneller roepen op mijn ondeugend kind. Ik zal bot zijn. Ik zal geen tijd meer voor je hebben. Ik zal voor even een egoïst zijn. Maar… ik zal schrijven. Men weze gewaarschuwd!

Tot volgende week,
Anne