Week 8

Beste lezer,

Dag op dag een jaar geleden kreeg ik voor het eerst mijn debuutroman in de handen gestopt. Veerle, mijn uitgeefster, was trots. Of het me wat deed? Ik keek verward naar de driehonderd zevenentachtig pagina’s tellende turf voor me. De emotie die me toen overviel kwam nog het meest in de buurt van een teleurstelling. Dezelfde soort teleurstelling die ik had ervaren toen mijn gezin een jaar daarvoor onze nieuwbouwwoning in Hamme betrok. Het dorp had hoegenaamd niets met dat gevoel te maken, de lijdensweg eindelijk een eigen dak boven het hoofd te hebben wel. Anderhalf jaar lang hadden we gezwoegd, getravakt. Diep in de winter met temperaturen nauwelijks boven nul hadden mijn man en ik tegels tegen de badkamermuren gekleefd tot onze vingertoppen blauw zagen, de huid scheurde en diepe bloederige kloven zichtbaar werden. De tuin, niet meer dan een hoop bouwafval met onkruid op, moest door het ingesloten perceel met de hand omgespit worden. Kortom, we hadden naar de finale van het project uitgekeken als naar een licht aan het einde van een immens lange donkere tunnel. Toen dat licht eenmaal bereikt was bleef er alleen een matig enthousiasme over. Natuurlijk waren we blij dat we eindelijk in ons eigen huis konden slapen maar het avontuur had ons zo veel energie gekost dat dit afbreuk deed aan de overwinning. Was het dit nu? Ik wist elke leiding zitten, elk schoonheidsfoutje en nu ik begreep wat er achter het pleister verborgen zat leek het resultaat minder mooi.
Of mijn debuut me wat deed? Eerlijk? Nee, ik was blij dat ik ervan af was, dat ook dit project ten einde liep. Ik had er jaren op gezwoegd, getravakt en toen ik het eindelijk in mijn handen had, deed het me niets. Ik bladerde even door het exemplaar, rook aan de verse inkt op het kraakheldere papier, een minuscuul moment van verzadiging, en zette mijn eerste literaire kind in de boekenkast tussen alle andere.

Tot volgende week,
Anne