Week 43

Beste lezer,

Moeders. Iedereen lijkt er een haat-liefde verhouding aan over te houden. Je hebt in je jeugd immers heel hard je best gedaan haar te respecteren. Ze heeft nooit gezegd dat ze van je hield of je graag zag dus je betwijfeld of je wel gewenst was. Af en toe wilde je het liefst van haar weglopen maar het fatsoen hield je tegen. De helft van haar opvoedkundige principes waren op zijn zachtst gezegd walgelijk ouderwets. De andere helft stopte je in stilte in een koffer en nam je mee naar het volgende adres want ze was de slechtste niet. Diep in je binnenste weet je dat ze alles voor je over had. Desnoods zou ze zich laten prostitueren om jouw leven een betere start te geven. Na twintig jaar sluit je met een zucht de voordeur van wat vanaf dan geen thuis maar een huis geworden is. Je zal er alleen nog maar voor haar verjaardag, Kerstmis en een zeldzame zomerse barbecue langskomen. Je belooft jezelf het beter te doen. Jouw kinderen mogen na twintig jaar niet met hetzelfde wrange gevoel de deur uitgaan.
En dan zijn ze er. Die kinderen. In het begin lukt het nog aardig. Je knuffelt hen regelmatig en zegt dat je van hen houdt. Je bent trots op hen. Dat zeg je ook maar met een ‘Toe mam, dat weet ik toch al.’ laat die wijze kleuter je weten dat de mededeling overbodig is. Daar sta je dan. Ik zal koppig vol blijven houden want dat wrange gevoel binnen vijftien jaar wil ik hem besparen.

Tot volgende week,
Anne