Week 24

Beste lezer,

De voorbije weken heb ik een wereld door de ogen van een buitenstaander mogen aanschouwen. Ik moet de journalist van een bekend reismagazine gelijk geven. Die zei dat God in Frankrijk leeft, maar dat hij toch minstens een paar maand per jaar op vakantie ging in Toscane.
Voor veel toeristen is dit de streek van de De Medici’s, de Ponte Vecchio en de eeuwig aanwezige zon. Of de trotse Chiantihaan die over de keurig gerangschikte wijnranken waakt. Begrijp me niet verkeerd, de voorgaande opsomming was ook voor mij Toscane. Maar er was meer, veel meer.
Iedereen die deze column volgt zal gemerkt hebben dat er de laatste twee, drie maanden niets meer van terecht kwam. Een massief groot writersblock zat tussen mij en mijn inspiratie gekneld. De oververmoeidheid, een niet zo gezellige buurman, een ongewenst maar noodzakelijk bezoek aan een Vrederechter, vernielzuchtige poetshulpen, helemaal geen poetshulp, een bijbaantje dat me niet lag en onze onvervulde kinderwens lagen aan de basis hiervan. Twee weken op zoek naar mezelf onder een olijfboom aan de rand van een ontiegelijk klein dorpje met nauwelijks tweehonderd inwoners moest soelaas brengen.
En dat is godzijdank of dankzij God ook gelukt. Zijn jaarlijkse tussenstop in Toscane had dit jaar meer dan het gewenste effect. Het resultaat daarvan zal je de volgende weken kunnen lezen.
Ja, ook voor mij was Toscane de streek van de De Medici’s, de Ponte Vecchio en veel zon. Maar vooral ook van de Bambiborden, de grote rollen hooi, van de stille boekenwinkel, van Pierre, de man die niets deed, van de wederopstanding van Simba, en zelfs van mijn zeurende kleuter die ik meerdere keren een heuvel opsleurde bracht de voorbije weken verlichting. Al deze ontmoetingen en voorvallen, hoe klein ook, deden me voelen dat ik leefde. Want zowel geluk als verdriet voelen is zoveel beter dan helemaal niets ervaren.

Hopelijk tot volgende week,
Anne