Week 36

Beste lezer,

Het is nazomer. Spinnen en insecten zoeken zich een weg naar warmere oorden. Bij voorkeur binnenshuis dus. Alle horren en verdelgingsproducten ten spijt. Dat merk ik iedere morgen aan de grote hoeveelheden muggenbeten die ik aanstip op Niels zijn dik opgezette oorschelpen. Er is namelijk geen vierkante millimeter meer vrij en toch vinden die zoemende rotzakjes altijd nog wel een plekje om te steken. Inwendig bid ik dat die bloedzuigers mijn van de pijn huilende kleuter de volgende nacht met rust zullen laten. Ik wil me er zelfs voor opofferen en laat de deuren van de slaapkamers open staan. Koen heeft geluk. Zijn huid is en blijft van heuvelachtige gezwellen verstoken maar ik ben zelf wel regelmatig het slachtoffer van mijn zoete bloed. Die beestjes schijnen hun stek trouwens met een aan sarcasme grenzende precisie uit te kiezen. Net zoals de oorschelpen van mijn zoon, is enkel mijn linkerarm – bij gebrek aan een rechter – een continu onder schot gehouden doel. Het is alsof die stukjes venijn weten dat ik overal kan krabben, behalve op die linker arm. Dan loop ik een hele dag geërgerd door het huis op zoek naar iets om mezelf mee te verminken. Deurposten, messen, een nieuw schuursponsje. Alles is beter dan die overheersende jeuk! Moederliefde heeft zo zijn grenzen zou je denken. Niets daarvan! Ik blijf koppig als bliksemafleider dienen. In geen tijd lijkt mijn onderarm op een profielkaart van de Himalaya. Bij veertig stop ik met tellen. Koen geeft het op om iedere beet individueel in te smeren met een jeukwerende zalf. Tegenwoordig neemt hij tweemaal per dag het hele doelwit onder handen. Waarvoor dank!
Tegenwoordig gaan Koen en ik iedere avond noodgedwongen op muggenjacht. Hij iets minder bereidwillig dan ik. We maken er een spelletje van. Om ter snelst zo veel mogelijk muggen doodmeppen…

Tot volgende week,
Anne