Week 25

Beste lezer,

Nog niet zo gek lang geleden hadden Koen en ik een kat. Hij was van top tot teen zwart en vanaf het moment dat hij in ons gezin werd opgenomen gedroeg hij zich als een leeuw. Met zijn frêle lijfje dacht hij de hele wereld aan te kunnen. Hij deinsde er niet voor terug om anderen, mens en dier, die zijn gewicht met het twintigvoudige overklasten, te lijf te gaan. De kleine kat kreeg vanwege zijn onuitputtelijke moed de toepasselijke naam Simba toebedeeld. Die deed hij alle eer aan. ’s Nachts maakte hij de buurt onveilig, overdag hield hij zijn bazinnetje gezelschap. Jammer genoeg ving hij nooit muizen maar zijn grote ronde ogen, die de wereld verbaast evalueerden, zullen me altijd bijblijven. Simba leek een noodzakelijke schakel om ons jonge gezinnetje compleet te maken. Tot kleine Niels in beeld kwam. Pas op, met een baasje méér had stoere Simba geen probleem. Integendeel. Als de baby huilde was de kleine kater de eerste die over de rand van de wieg piepte om er zich van te verzekeren dat alles in orde was. Maar de liefde voor zijn kersverse baasje ging ons wat te ver toen we kind en kat meermaals in het babybedje aantroffen, lekker dicht tegen elkaar aangedrukt. Het onvermijdelijke werd uitgesteld maar na een half jaar moesten we Simba naar het asiel brengen. Dat is nu vier jaar geleden.
Groot was onze verwondering toen we ten huize Amolive in Toscane verwelkomd werden door een spierwitte kat. Met zijn grote ogen als schoteltjes leek hij uit een andere wereld te komen. Erika had hem enkele jaren geleden uit een afvalcontainer gered en hem in huis opgenomen. Onze gastvrouw beweerde dat hij echter nooit muizen ving. Hij luisterde naar de naam … Simba.
Ook met onze Simba is alles nog goed gekomen. Vijf minuten nadat we hem in het asiel hadden achtergelaten, heeft een ander gezin hem mee naar huis genomen. Niels bewaart nog steeds een foto van de zwarte kater tussen zijn spullen…

Tot volgende week,
Anne