Week 13

Beste lezer,

Ik was op de loop voor mijn eigen schaamte. Onlangs heeft mijn gezin aan massatoerisme gedaan. Uit principe bezondigen we ons daar niet gauw aan, maar een vierjarige kleuter is niet meer tevreden met een wandeling in het bos of een rit door het heuvelland. Om Niels tevreden te stellen moet de ideale vakantie actie, water en … water bevatten. Center Parcs dus. Nu ben ik zelf een waterminnend schepsel en in een niet zo ver verleden beviel ik onder water, dus heb ik er op zich niets op tegen, maar ik zie alleen enorm op tegen het drie keer per dag aan- en uitkleden in die veel te kleine kleedhokjes met sloten die niet werken en een zoon die vindt dat het allemaal wel een beetje sneller mag gaan want híj wil nú in het water! Daar sta ik dan, mijn ene voet voor de zekerheid de deur dicht houdend terwijl ik Niels help met het aantrekken van zijn plakkerige steeds oprollende zwembroekje omdat die nog vochtig is van de vorige zwembeurt. Mijn man probeert zelf zo weinig mogelijk plaats in te nemen maar slaagt daar jammer genoeg niet in. Armen, benen en billen botsen voordurend tegen elkaar terwijl we alle drie proberen ons in onze badpakken te hijsen. Ik neem me luid vloekend voor in de toekomst de grote gemeenschappelijke gezinskleedkamer te gebruiken. En dat doen we. Ik heb mijn zoon net geholpen met afdrogen wanneer ik merk dat een koppel in een andere hoek van de ruimte me enkele verholen blikken toewerpen terwijl ze elkaar aanstoten. Daar heb je het al! Nu weet ik meteen weer waarom de kleinere cabines aantrekkelijker zijn. Vooral de man blijft me aanstaren. Ik doe alsof ik het niet opmerk maar vanbinnen kook ik. Ja, ik sleur tegenwoordig wat overgewicht met me mee! En dan?! Heb je jezelf al eens bekeken, klootzak! Ze blijven kijken en fluisteren. In mijn hoofd gaat het denkbeeldige gesprek verder: Nog nooit iemand met één arm gezien misschien! Let op, straks bijt ik! Het lijkt alsof de man mijn gedachten geraden heeft want hij concentreert zich voor de rest van de tijd op zijn sporttas. Wanneer we aangekleed zijn en onze weg naar buiten zoeken spreekt de onbekende me aan. Nu gaan we het hebben! Denk ik. De man neemt het woord. Of het zou kunnen dat ik de auteur van ‘Dochters van Europa’ ben. Euh, ja. Hij vond het een prachtig verhaal en heeft het boek aan zijn vrouw aangeraden die het momenteel leest. Het schaamrood stijgt me naar de wangen. Morgen toch weer een kleiner kleedhokje…

Tot volgende week,
Anne