Week 37

Beste lezer,

Verzekeringsmaatschappijen slaan ons tegenwoordig om de oren met cijfers waarin staat dat de kans om een ongeval voor te hebben het grootst is als we thuis zijn, in de hoop ons een of andere additionele polis aan te smeren. Tot voor kort dacht ik dan onmiddellijk met afgrijzen aan een nieuwsgierige kleuter die voor het fornuis staat en een hete pan met gloeiende olie over zichzelf keilt of een echtgenoot die tijdens een klusje met de drilboor van een onstabiele ladder valt. Wel, bij ons thuis niets van dat alles. Wij lopen blijkbaar pas enig gevaar als we rustig in ons bed liggen te slapen terwijl we niemand kwaad doen en nauwelijks bewegen. Nee, dat laatste moet ik nuanceren want gisteren zaten Koen en ik allebei een avondje door te werken in ons kantoor toen een harde smak ons deed opschrikken. We renden naar de slaapkamer van onze zoon om daar vast te stellen dat die zoals altijd rustig lag te slapen … op de grond. Voorzichtig legden we hem terug tussen de lakens maar zagen toen dat de rand van zijn oogkas langzaam opzwol. Een houten stoeltje had zijn val gebroken. De daaropvolgende twintig minuten kostte het ons alle moeite van de wereld om wat ijs op zijn gehavende gezichtje te leggen. Een nog steeds half slapende Niels was helemaal niet opgezet met een koude lap in zijn gezicht. Hij brulde en tierde dat we hem met rust moesten laten. Het leek wel of we hem wilden vermoorden. We gaven het op. De volgende morgen werden we gewekt door een levendige vierjarige mèt een groot blauw oog. Zo eentje dat je alleen maar in tekenfilms of goedkope komedies ziet. Niels zelf herinnert zich niets van het hele voorval maar een mooie foto dient als bewijsmateriaal…



Tot volgende week,
Anne