Week 35

Beste lezer,

Ik weet het. Ik loop het risico om door jullie, mijn trouwe publiek, als een excentrieke, arrogante trut bestempeld te worden als ik vertel dat mijn debuut Dochters van Europa momenteel twee nominaties in de wacht heeft gesleept: De Debuutprijs van boek.be en de Vrouw en Cultuur Debuutprijs uit Nederland. Die kennis bezit ik al enige tijd maar pas deze week overspoelde een golf van trots me als ik eraan dacht. Toen deze berichtjes onder de vorm van twee fijne e-mails van Annick, de persverantwoordelijke van mijn uitgeverij, me bereikten voelde ik alleen maar angst. Angst om te mislukken. Angst om die prijzen níet te winnen. Angst dat er in de toekomst meer van mij verwacht zou worden en ik die verwachtingen niet zou kunnen inlossen. Tenslotte ben ik maar per toeval in het schrijverswereldje gerold. Ik heb immers geen kaas gegeten van vertelperspectieven, ik weet niet wat het verschil is tussen vertelstijl en schrijfstijl en verhaalstructuren zeggen me al helemaal niets! Bovendien ben ik absoluut niet meer mee met de laatste spellingsregeltjes. Hoe ik dan in godsnaam ooit een vierhonderd pagina’s tellende klepper heb kunnen schrijven? Gewoon, ik begon met een leeg A4-tje en wat natte vingerwerk. Mijn graad van gekheid had er waarschijnlijk ook wel mee te maken! Daarom is mijn angst deze week omgeslagen naar trots. In zijn meest bescheiden vorm natuurlijk! In Vlaanderen hebben de literaire zwaargewichten immers geen twaalf werken gevonden die ze beter vonden dan het mijne en ik besef sinds kort dat ik nog veel ruimte voor verbetering bezit. Die nominaties hebben me wakker geschud. Vakliteratuur werd aangekocht, een actieplan werd opgesteld en volgende week rond deze tijd krijg ik voor het eerst les van een oude rot in het vak. Ja, ja. Er zit nog rek op dit kleine schrijfstertje! Waarschijnlijk win ik geen van beide prijzen maar mijn naam staat ondertussen wel mooi tussen de andere genomineerden…

Tot volgende week,
Anne