Week 27

Beste lezer,

Kleuters vinden de meest originele nieuwe woorden uit. Onze Niels, nu vier en een half, doet de laatste tijd in dat domein ook flink zijn best. De bermen van Toscaanse wegen zijn letterlijk bezaaid met gevaarsborden. Eentje voor gevaarlijke bochten, eentje voor sneeuwkettingen, eentje voor slipgevaar, … Die verkeersborden gelden dan voor pakweg de volgende paar kilometer. Wat blijkt: twee kilometer verder staan exact dezelfde waarschuwingen … voor opnieuw een welbepaald aantal kilometers en dat gaat zo maar door. De meest voorkomende is wel de rode driehoek met de afbeelding van een wegspringend hert. Ik droom een eind weg wanneer een krijs op de achterbank van onze wagen me terug naar de realiteit brengt. ‘Bambibord!’ ‘Nee, Niels, dat is een gevaarsbord met een hert.’ ‘Waarom?’ Zijn standaardvraag op zowat alles wat we tegenwoordig tegen hem zeggen. ‘Omdat hier herten in het bos wonen die misschien over willen steken. Daarom moeten wij goed opletten.’ ‘Een bambibord dus?’ Ik zucht en geef het op. ‘Ja.’ Met uitzondering van drie lama’s hebben we de hele vakantie niets gezien dat op een hert leek. Verkeersborden des te meer en iedere keer we er eentje passeerden: ‘Bambibord!’
En dan moet zijn origineelste creatie nog komen. Deze morgen bracht ik Niels voor het eerst deze zomer naar de opvang hier in Hamme. Onderweg vroeg hij me wanneer we nog eens naar de stille boekenwinkel gingen. Stille boekenwinkel?!? Ik hoorde het in Keulen donderen en vroeg om verduidelijking. ‘Wel mama, de boekenwinkel waar we eerst heel stilletjes boeken kopen en ze daarna weer moeten terugbrengen.’ We waren net de bibliotheek in ’t Achterhof gepasseerd … Stille boekenwinkel, bambibord. Geef toe, er zit toch wel wat logica in de woordcreatie van een kleuter.

Tot volgende week,
Anne