Week 31

Beste lezer,

Maandag 26 juli. Dit jaar heb ik, nog meer dan andere jaren, last van decompressie. Het zwarte gat. Ik weet niet waarom maar ik zie op tegen de volgende negenenveertig weken zonder de Ronde van Frankrijk. Ja, net zoals vele anderen die hun dagindeling vrij kunnen kiezen, zit ik de eerste drie weken van de zomervakantie steevast aan het kleine scherm gekluisterd, met de zapper in de ene en mijn mobieltje in de andere hand. Want ook echtgenoot lief, gevangen in een muf Antwerps kantoor, wil op de hoogte gehouden worden van de belangrijkste ontwikkelingen in de meest mythische rittenwedstrijd ter wereld. Hij begrijpt mijn obsessie en was enkele jaren geleden zelfs bereid om op een ontiegelijk vroeg uur samen met zijn hoogzwangere vrouw een goed plekje te zoeken op de Koppenberg. Of het aan de ranke dijen van Andy Schleck ligt of de drang om de opgang en ondergang van helden van dichtbij mee te maken, weet ik niet. Wat kan ik eraan doen? Ik ben nu eenmaal een freak. Dat was vroeger ook al zo. Als student ging mijn liefde voor de Tour zo ver dat ik elk zomerbaantje in juli afsloeg en tot diep in de nacht naar de nabeschouwingen van Mark Uytterhoeven en zijn collega’s uit de ons omringende landen keek. Ondertussen is Mark vervangen door Karl, maar mijn liefde is gebleven. Ik vraag me af waarom mijn absolute passie voor het wielrennen zo oncontroleerbaar is. Hebben we allemaal een held nodig om naar op te kijken of willen we graag zelf die held zijn? Hebben we dromen nodig? Moeten die onbereikbaar zijn? Ikzelf heb noodgedwongen de fiets aan de haak moeten hangen maar diep vanbinnen wil ik nog steeds een heldin, een inspiratiebron zijn. Hoezo, als schrijver ben ik toch ook al een inspiratiebron! Het voelt niet zo aan want die droom heb ik, gedeeltelijk, al bereikt. De woorden waarmee Karl Vannieuwkerke dit jaar Tour 2010 afsloot schieten me te binnen. ‘Dromen mogen niet onmiddellijk bewaarheid worden. Het is belangrijk er een beetje achteraan te moeten jagen…’

Tot volgende week,
Anne