Week 11

Beste lezer,

Heb jij dat ook soms? Stel dat je in gesprek bent met iemand en die gebruikt een woord waar jij in de verste verte de betekenis niet van vermoedt. Ook de context helpt je geen sikkepit verder. Je hebt de keuze: Je doet of je neus bloedt en lult jezelf uit de situatie terwijl je jezelf inwendig plechtig belooft later het bewuste woord op te zoeken in een woordenboek. Met een laatste krachtinspanning van je geheugen probeer je het woord te onthouden, wat achteraf toch vergeefse moeite bleek te zijn. Of je spreekt jezelf vijf minuten edele moed in en vraagt je gesprekspartner onomwonden wat dat woord betekent. Maar dan loop je het risico de komende maanden voor oerdom versleten te worden. Wel, met enige schaamte moet ik bekennen dat ik dat dus ook heb. Vooral met stijlfiguren. Ik bedoel, ik weet best wel wat sarcasme, paradox of alliteratie betekent maar vraag me niet zonder spiekbriefje waar een enumeratie, homoioteleuton of oxymoron voor staat. Laten we maar zeggen dat ik die dag in de les Nederlands naar buiten aan het staren was, in plaats van op te letten. Met deze bekentenis val ik waarschijnlijk bij menig opgeneukte taalvirtuoos door de mand, maar dat laat me Siberisch koud. Alle gekheid op een stokje, dit soort onzinnige wijsheden maakt van mij geen betere of slechtere schrijver. Ja, ik ben er zo eentje. Eentje die niet gestudeerd heeft om boeken te schrijven. Boeken schrijven is geen exacte wetenschap. Ik schrijf vanuit mijn buik. Mijn buik vertelt me wat een goed of slecht boek is. Zo doe ik mijn uiterste best om deze column zonder tikfouten naar mijn webmaster te verzenden of een manuscript zo feilloos mogelijk aan mijn uitgever te bezorgen. Maar met alle respect. Na de zevende overlezing blijft zelfs de stomste dt-fout wel eens onaangeroerd staan. Werk voor de eindredactie hoop ik dan. Geef toe! Jij hebt even goed van deze column genoten. Trouwens, zonder het te weten heb ik in de voorbije driehonderd vijfenveertig woorden blijkbaar een mooie enumeratie, homoioleleuton en oxymoron verwerkt. Waar lag dat woordenboek ook alweer?

Tot volgende week,
Anne