Week 42

Beste lezer,

Ik hou van mijn zoon. Hij is mijn God. Het centrum van mijn wereld. Al vijf jaar lang ga ik elke avond – voor ik zelf in bed kruip – even naar mijn slapend Nielsje kijken. Dan wil ik het liefst een stukje uit zijn bolle wangetjes bijten en met me meenemen onderweg naar morgen of zijn zachte lippen tien maal kussen. Wel honderden keren per dag duw ik mijn neus in zijn kapsel, daar vlak bij zijn oor, om zijn bedwelmende lichaamsgeur op te snuiven. Ik ben er verslaafd aan. Ik wil hem duizend keren knuffelen en kussen, zelfs al wil hij dat niet. Ik ben jaloers op zijn juf omdat haar dag wel oplicht door zijn aanwezigheid. Daarnet was hij nog een baby. Ik wil niet dat hij groot wordt. Hij mag niet groot worden. Zelfstandig worden is voor later. Wat hij voor mijn onvoorwaardelijke afgoderij heeft moeten doen? Niets. Absoluut niets. Onbeperkt in tijd zal ik van hem houden. Behalve deze week toen de juf me vertelde dat Niels een meisje uit zijn klas een bloedneus had bezorgd omdat haar haren volgens hem slecht roken. Op dat moment was mijn liefde heel even over. Heel even. Ach, wat wil je. Ik kan eigenlijk nooit echt lang kwaad op hem zijn. Gelukkig kan hij nog niet lezen.

Tot volgende week,
Anne