Anne Baaths (21 februari 1979) is afkomstig uit het
West-Vlaamse Tielt. Ze studeerde in Brugge economie-talen
en behaalde in Leuven haar master in de economische
wetenschappen. Het laatste jaar van haar studies bracht ze
door in Griekenland als uitwisselingsstudent. Daar
ontmoette ze haar man op een veerpont tussen Athene en
Mykonos. Samen zijn ze gelukkig getrouwd en in 2006 hebben
ze een zoontje gekregen.
Je zette een grote stap van economiste tot
schrijfster. Hoe heb je dat gedaan?
Ik heb onlangs mijn studies, mijn carrière achter mij
gelaten. Ik was ambtenaar voor de Vlaamse Gemeenschap maar
ik heb die job opgegeven. Zo kon ik me fulltime storten op
het schrijven. Het was een zeer ingrijpende beslissing maar
als ik eerlijk met mezelf was lag het schrijven me beter
dan mijn dagtaak. De woorden, de letters drongen zich aan
me op. Het was en is een lokroep die ik moet beantwoorden
om vrede te kunnen hebben met mezelf.
Twijfelde je toen wel eens aan wat de toekomst je
zou brengen?
Nu nog hoor, dat is een vraag waarover ik elke dag nadenk.
Ik ben een enorme twijfelaar.
Heb je de beslissing zelf genomen of heb je steun
gekregen?
Mijn echtgenoot Koen heeft me het meest gesteund. Maar ik
kreeg ook een duwtje in de rug van mijn “collega” – dat mag
ik nu wel zeggen – Dirk Bracke. Ik leerde hem kennen via
mijn schoonvader, ze waren jeugdvrienden. Aan Dirk heb ik
veel te danken. Ook andere mensen uit het schrijversmilieu
steunden me. Die erkenning hielp wel want ik was heel
onzeker over de kwaliteit van wat ik schreef...
Hoe hebben ze je overtuigd?
Ik heb altijd al kleine dingen geschreven zoals
kortverhalen of gedichten, artikels in studentenkranten,
toneelstukken, een monoloog, enz. Mijn omgeving was zo
positief over die teksten terwijl ik er eigenlijk heel
onzeker over was. Zowel de positieve opmerkingen van Dirk
Bracke als de steun van anderen hebben me op een bepaald
moment toch over de streep getrokken. Ik was ook al een
tiental jaren bezig met het schrijven van de ruwe versie
van Dochters van Europa. Het is dus een beetje
mijn levenswerk. Het is een heel speciaal boek. Toch had ik
nooit gedacht dat het tot een publicatie zou komen.
Wat ook meespeelde was dat ik niet gelukkig was in mijn
vorige job als ambtenaar en economiste. Ik deed die job
omdat de maatschappij het van mij verwachtte... omdat ik
daarvoor gestudeerd had. Om welke reden dan ook, in elk
geval om een volledig verkeerde reden ben ik aan die
studies begonnen.
Op een bepaald moment had ik opeens heel erg het gevoel dat
ik al een aantal jaren mijn lot aan het ontlopen was. Dat
ik tien jaar geleden beter iets anders had gedaan.
Had je dan al lang de droom om schrijver te worden?
Ja, maar dromen had ik al lang geleden opgegeven. Ik dacht
dat ik op die droom geen recht had, dus heb ik die zonder
veel nadenken opzij geschoven en datgene gedaan wat mijn
omgeving van mij verwachtte. Het waarmaken van mijn droom
was dan ook een enorme bevrijding. Ik ben een heel ander
persoon nu dan pakweg zes maanden geleden.
Dus het schrijversbestaan bevalt je goed?
Het bevalt mij enorm. Ik zie het niet als werken, het is
een passie. Ik mag zelf mijn uren kiezen, dat vind ik op
zich al geweldig. Ik kan aandacht en energie geven aan mijn
gezin en vrienden in de mate die ik zelf wil. En
tegelijkertijd doe ik wat ik graag doe, ik denk dat je dat
nooit als werk of een job kan aanzien. Schrijven is
eigenlijk een uit de hand gelopen hobby.
Weinig mensen weten dat je een lichamelijke
handicap hebt. Is dat een obstakel om te schrijven?
Niet echt. Ik schrijf uit noodzaak wel niet meer met de pen
maar met het toetsenbord. De pen zou voor een overbelasting
zorgen van die ene hand die ik nog overheb. Ik heb mijn
handicap al van mijn geboorte maar voor de rest, puur
fysiek, vormt mijn handicap geen obstakel om te kunnen
schrijven. Met één vinger kan een mens ook tikken. Ik krijg
trouwens vaak het commentaar dat ik met die ene hand
sneller typ dan dat ik ooit zal kunnen schrijven.
Eigenlijk vormt die handicap meer een voordeel dan een
nadeel, omdat ik op een meer doordachte manier over het
leven nadenk en niet zomaar alles voor evident aanneem.
Moest ik geen handicap hebben zouden mijn teksten niet het
niveau halen die ze nu hebben. Ik ben hierdoor kritischer
voor mezelf. Dus als er ooit een pilletje zou bestaan die
me zou kunnen verlossen van mijn gebrek bedank ik er
vriendelijk voor.